Bushido Dojo
Kyokushin Karate





De Kanji (Japanse karakters) calligrafie, gedragen op de voorkant van de gi, betekent 'Kyokushinkai', de naam die Mas Oyama gaf aan de karate stijl die hij creëerde. Het bestaat uit 3 karakters. De Kanji 'Kan' betekent zoveel als 'huis', waarmee men de Kyokushinkai-gemeenschap bedoeld.

KYOKU betekent HET UITERSTE

SHIN betekent WAARHEID

KAI betekent SAMENWERKING

KAN betekent HUIS

Het Uiterste:

Dit betekent dat je het maximale uit elke situatie wil halen door door te zetten en je geheel te geven om zo tot het uiterste te gaan voor dat wat je wilt bereiken.


De Waarheid:

Dit betekent dat je alleen met een ijzeren discipline en juiste mentaliteit dit kan bereiken. Je zal zonder marchanderen de realiteit tegemoet moeten treden, en wanneer je dit kunt opbrengen, sterkt dit je in je zelfvertrouwen

Samenwerking:

Dit staat voor het samenwerken met elkaar in de juiste verhouding en altijd met het nodige respect voor ieders standpunt. Respect is een essentieel punt in de relatie tot elk mens

Geschiedenis

Kara - te betekent 'lege hand'. Vrij vertaald betreft het de 'kunst van het vechten zonder wapens', gebruik makend van het lichaam die als wapen kunnen fungeren, zoals bv. de vuist, elleboog, knie, been, voet, enz.

De oorsprong van het ongewapend vechten in Zuid-Oost Azië situeert zich voor onze tijdrekening in het huidige Indië. De rondtrekkende Zen - boeddhistische priesters - dienden zich tegen struikrovers te verdedigen en observeerden hiervoor de aanvals- en verdedigingsbewegingen van dieren. Omstreeks 500 na Christus trekt Bodhidarma (Daruma) naar de provincie Henan in het huidige China waar hij in de Shaolin tempel zijn kennis ter beschikking stelde van de monniken. Deze gevechtskunst staat bekend onder de naam Kempo. Van hieruit zou de kunst zich verspreiden over heel China en tevens naar Korea en Japan.

Het Karate zoals wij dit nu kennen kwam op het Japanse eiland Okinawa tot stand eind 18e eeuw. De uit China afkomstige technieken werden er gecombineerd met de lokale systemen van ongewapend vechten. De drie belangrijkste strekkingen waren Naha-te, Tomari-te en Shuri-te. In het begin van de 20e eeuw catalogeerde men al de stijlen onder de noemer Kara-te.


De vader van het huidige Karate is zonder twijfel Gichin Funakoshi. Hij bestudeerde de belangrijkste stijlen en systematiseerde hieruit zijn Shotokan Karate. Deze stijl wordt gekenmerkt door voornamelijk rechtlijnige technieken. In 1922 werd Funakoshi uitgenodigd om in Tokyo demonstraties te geven van zijn Karate. Hij zal er tot zijn dood in 1957 verblijven.

Een andere belangrijke grootmeester uit Okinawa, Chojun Miyagi, verzamelde vooral technieken van Chinese oorsprong. Zijn voornamelijk uit cirkelvormige technieken bestaande Karate noemde hij Goju-Ryu. Zijn opvolger Gogen Yamaguchi zal de stijl op het Japanse vasteland bekendmaken.

In 1923 wordt Masutatsu Oyama in Korea geboren. Op 9-jarige leeftijd bestudeerde hij reeds het Chinese Kempo en vormen van Taekwondo. Zijn vader stuurde hem op 15-jarige leeftijd naar Japan kort voor het uitbreken van WO II.

Aanvankelijk begon hij met de studie van Judo, waarin hij 4e dan behaalde. In 1938 schreef Oyama zich echter in in de school van Gichin Funakoshi om zich vervolgens toe te leggen op het Goju-Ryu van Yamaguchi.

Onder zijn leiding zal Mas Oyama zich tevens bekwamen in Zen-meditatie. Oyama, ondertussen 4e dan in Karate-do geworden, zal dan in 1947 het All Japan Championship winnen. Geïnspireerd door het beroemde boek van de samurai Musashi zal hij zich vervolgens in 1948 gedurende 18 maanden terugtrekken op Mount Kiyosumi in de Japanse provincie Chiba.

In deze periode zal Mas Oyama zich onderwerpen aan rigoureuze training van lichaam en geest. De dagelijkse fysieke training wordt afgewisseld met Zen-meditatie.

In deze barre omstandigheden wordt zijn vorm van Karate langzaam ontwikkeld. Hij cominbeerde de rechtlijnige technieken van Funakoshi met de cirkelvormige bewegingen uit het Goju-Ryu. Punt en cirkel zijn het wezen van Mas Oyama's Karate. Verder legde hij de nadruk op een zo realistisch mogelijke aanpak van het vrije gevecht zonder echter de basistechnieken en kata's te verwaarlozen.

In 1950 besloot hij de efficiëntie van zijn stijl te toetsen aan de werkelijkheid door het gevecht aan te gaan met een stier.
Hiervoor huurde hij een ruimte in een slachterij waar hij 3 stieren doodde en van 49 andere de horens afsloeg. Overtuigd van zijn kunnen trok Oyama vervolgens door Azië en de VS waar hij met tientallen uitdagers (boksers, worstelaars, thai-boxers, judoka, enz.) vocht en hen allen in enkele seconden versloeg.

In 1954 opende hij zijn eerst dojo in Mejiro, Tokyo. 1956 kan echter worden beschouwd als de werkelijke start van de Oyama-school of Kyokushinkai. De stijl van de 'uiterste waarheid' zal evenwel in 1964 bij de opening van de huidige honbu goed van start gaan. Op dat moment richtte hij tevens de International Karate Organisation Kyokushinkai-kan op om Karate wereldwijd te promoten, een stijl gebaseerd op het samurai principe 'osu no seichin' of 'de geest van volharding', 1000 dagen training een beginner, 10000 dagen training een glimp van de waarheid onthuld!

Mas Oyama's Karate werd naast de spectaculaire demonstraties vooral bekend door zijn weergaloze boeken. Sedert 1969 organiseert de Kyokushinkai-Kan jaarlijks het 'All Japan Karate Tournament'. Op dit evenement, open voor alle mogelijke vechtsporters, behaalde tot op heden nooit een niet Kyokushin deelnemer een plaats bij de 30 besten.

Sosai Masutatsu Oyama overleed op 26 April 1994 te Tokyo.